K.O. – Kees Oosterling

Voorbeeldfragmenten van ‘K.O.’

Fragment 1: De laatste ronde
Voor Kees is op zijn 86e de laatste ronde aangebroken. Na het verlies van zijn vrouw, zoon en dochter leek het erop dat hij deze ronde alleen zou moeten uitvechten. Maar hij vond een medestander.
‘Ik ben verliefd geworden, en zij op mij. Geen idee waaraan ik het te danken heb, maar ik heb het gekregen. Ik zie het als een eindbeloning.’
De liefde bleef zich ook tijdens de coronacrisis ontluiken. Alsof ze weer pubers waren spraken ze stiekem bij elkaar in de woning af. In het wooncomplex voor senioren is de sociale controle immers groot en Kees heeft als voorzitter van de activiteitenvereniging een prominente plek in de gemeenschap.
‘We hebben het wel even geheim gehouden,’ lacht Kees. ‘Ja hoor, want er was nog een meneer die haar wel zag zitten. Ik kwam wel eens bij hem over de vloer. Een hele geschikte vent en die wilde ik niet voor het hoofd stoten met dit nieuws. Dat moet je voorzichtig en netjes brengen.’

Vind jij ook dat je voorzichtig moet zijn om te vertellen dat je een relatie met iemand hebt, terwijl je weet dat iemand anders die jij goed kent hem/haar ook leuk vindt?

De corona-uitbraak staat voor velen in de wereld in het teken van een begrip waar Kees zeer bekend mee is geraakt in zijn leven: verlies. Door corona verliezen mensen hun baan, (mentale) gezondheid, zekerheid, dierbaren en soms hun eigen leven. Senioren worden hard getroffen, zowel door het virus zelf als door eenzaamheid. Maar deze klap heeft Kees ontweken. De laatste ronde wordt een ronde van winst, van de toegift. De wedstrijd komt een keer ten einde, maar Kees is niet van plan om weer te incasseren.

Fragment 2: Sucker punch
Kees incasseerde in zijn turbulente leven harde klappen. Klappen waarvan hij meerdere malen volledig knock-out ging. De eerste Knock-out is vaak de hefstigste, zo ook voor Kees. Op tweejarige leeftijd kwam de eerste dreun. Een sucker punch, onverwacht en genadeloos. Zó hard, dat hij er 84 jaar later nog groggy van is.
Zijn vader, moeder, zus en broer raakten door een eenzijdig ongeval met de auto te water. Zijn moeder en zus overleden. Zijn vader kon zijn broer nog redden. Tot op de dag van vandaag blijft dit voorval mysterieus. Het is nooit opgehelderd wat de oorzaak was. Sprake van opzet kon dus ook niet worden uitgesloten.
‘Ik wil niet te diep ingaan op mijn jonge jeugd, dat is te pijnlijk. In de baarmoeder had ik al zorgen. Ik herinner me ook niet alles, het is wazig, alsof er een soort mist overheen hangt. Nee hoor, daar ga ik liever niet naar terug. Maar ik herinner me wel een heel klein beetje. Dat ik op de arm van een vrouw zat en vroeg naar mijn zus.’

Kees vertelt wat hij zich nog herinnert van toen hij twee jaar oud was.

Fragment 3: Verzet
Kees bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door in oorlogstijd. Hij weet zich nog goed te herinneren wanneer de oorlog bij hem als kind doordrong. Op 10 mei 1940 werd hij wakker op een prachtige zonnige dag, maar op school sloeg de realiteit toe. Er waren allemaal lege plekken door de afwezigheid van joodse kinderen. Al snel maakte het verzet een belangrijk onderdeel uit van het gezin, en vooral van het leven van zijn vader Jaap.
‘Mijn dochter heeft wel eens gezegd dat hij een behoorlijke jongen was in het verzet. Dat bleek uit een stamboomonderzoek. Zelf heb ik daar niet veel van meegekregen, want hij sprak er nooit over. Nooit. Ook niet lang na de oorlog. Wat ik van hem weet, is dus van verhalen van anderen.’
Kees’ vader was lid van de CPN, de Communistische Partij Nederland. Dat was dezelfde partij waar ook verzetsheldin Hannie Schaft bij betrokken was.

‘Maar ook daar kwam ik pas later achter hoor, want namen werden nooit genoemd. Ik weet wel dat ik bij haar ouders het krantje ‘De Waarheid’ bezorgde. Hele vrome en gelovige mensen waren dat. Volgens mij namen ze het krantje alleen omdat hun dochter erbij zat.’

Wie was zij en waarom was zij zo belangrijk voor het verzet?

Kees’ vader had een gevaarlijke taak, hij was in het verzet verantwoordelijk voor het onderbrengen van joden bij boeren waar ze konden onderduiken. Op een dag in 1944 verdween zijn vader. Hij was opgepakt en werd gevangengehouden in het Oranje Hotel in Scheveningen. Via een gevangenis in Vught kwam hij terecht in kamp Westerbork.
‘Ja, dat was een onzekere tijd. Ook zijn vrouw, mijn stiefmoeder, werd korte tijd vastgehouden. Maar die was snel weer terug, die wist natuurlijk niks van mijn vaders activiteiten. We kregen heel weinig informatie over mijn vader, tot hij er plotseling weer was.’
‘Ik weet nog goed dat ik thuiskwam, ik had een halfjaar op het platteland gezeten, en dat hij daar, vermagerd en kaalgeschoren, op een stoel zat. Ja, toen was ik als een dolle zo blij natuurlijk. Ik vloog hem om de nek, want ik was gek op die man. Ik ben altijd gek op hem gebleven. Hij was een levensartiest. Hij zou door alle tegenslagen in zijn leven en het onrecht dat hem is aangedaan chagrijnig en boos moeten zijn. Maar dat was hij niet. Die mindset heb ik echt van hem, van mijn vader.’
‘Ze hadden hem natuurlijk niet vrijgelaten hè, nee nee. Hij is met wat anderen ontsnapt uit Westerbork. Maar ook daarvan weet ik helemaal niets. Daar werd nooit over gesproken, maar, man, dat zou een verhaal zijn geweest zeg!’

Fragment 4: Natuurlijke vijand
Kees heeft door zijn verleden als professioneel senior triatleet, marathonloper en als loper van verre wandeltochten veel in de natuur doorgebracht. Op twee momenten bracht hij het er niet zonder kleerscheuren vanaf. Eén van die momenten herinnert hij zich nog goed.

‘Na een werkdag ging ik hardlopen op de Haarlerberg. Dat deed ik wel vaker. Ik had altijd sportkleding bij me, zodat ik uit het werk meteen door kon. Ik besloot te gaan lopen op de hei en dat was heerlijk, joh. Zo’n mooi open gebied, prachtig. Er waren tot de bosrand geen bomen, alleen wat houtstukken langs het pad. Je kon geweldig om je heen kijken.’
‘Daardoor zag ik in de verte een aantal vogels vliegen, grote vogels. Het viel me op dat ze steeds dichterbij kwamen, maar dat zei mij natuurlijk nog niks. Ik zag wel vaker grote vogels. Maar in dit geval kwam er eentje wel heel dichtbij en toen werd ik mij me er pas bewust van; die moet mij hebben! Die vogel bleek een buizerd te zijn en hij zette de aanval op mij in. Ik wist niet wat me overkwam, want hij vloog heel dicht over mijn hoofd. Ik voelde mijn haren wapperen. En nog erger; hij viel me gewoon aan. Een plek om te schuilen was er niet, dus ik greep als enige redmiddel een handvol van die takken langs de kant van de weg en ik hield dat boven mijn hoofd. Ik was nu beschermd, maar hij hield niet op. Hij bleef inbeuken op die takken, ze gingen er vol tegenaan. Als een idioot rende ik naar de bomenrij en pas toen ik daar was, trok hij zich terug. Ik weet niet waarom ze aanvielen, misschien om een nest te beschermen. Gelukkig bleef ik ongedeerd!’

WAT TE DOEN BIJ EEN AANVAL VAN EEN BUIZERD?

Bioloog Pim Leemreise, voorzitter van de Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek, kijkt niet gek op van e terrorbuizerds  die agressief gedrag vertonen. Dat buizerds juist in het voorjaar agressief op mensen kunnen reageren, komt door de broed- en jongentijd. Die is net begonnen en gaat in juni nog door, zegt Leemreise.

“De buizerd wil de pasgeboren jongen in de nestplaats beschermen. Wandelaars en fietsers ziet de vogel dan als een bedreiging. We zien dit gedrag van de buizerd alleen in de broedtijd en daaropvolgende jongenperiode. Precies het seizoen van nu. Na juni is zulk gedrag onwaarschijnlijker.”

Een aanval van een agressieve buizerd voorkomen? Kijk de vogel recht in de ogen aan, is het advies van de vogelkenner. ,,Een buizerd gaat niet aanvallen als hij strak wordt aangekeken. Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Een buizerd slaat meestal onverwacht toe door van achter aan te komen vliegen. De aanval is dus vaak een ongewenste verrassing. Een simpele tip is natuurlijk om een hoofddeksel te dragen. Ga je wandelen in een gebied waarvan je weet dat er een agressieve buizerd is, dan zet je gewoon een petje op. Zo raak je in elk geval niet gewond bij een eventuele aanval.”

Ook een zonnebril op het achterhoofd kan helpen. Het dragen van camouflerende in plaats van felle kleding heeft volgens Leemreise geen effect.

Bang zijn is nergens voor nodig. “Veruit de meeste buizerds, meer dan 99 procent, houden zich rustig. Valt een buizerd wel aan, dan is dat afwijkend gedrag.”

Bron: De Gelderlander

De Bull – Glen Mills

‘Ga strak staan naar Staf.’
De 17-jarige Pedroes staat onhandig met zijn armen langs zijn lijf in een kale ruimte waar hij zojuist vanuit het politiebusje is binnengebracht. Hulpeloze seconden tikken tergend langzaam voorbij wanneer hij onwennig probeert zo rechtop mogelijk te staan.

‘Ga strak staan naar Staf als Staf tegen je praat,’ zegt Abdel, een jongen die ongeveer net zo oud is als Pedroes. ‘Doe je voeten tegen elkaar. Zó ja. Knieën tegen elkaar en knieën strekken, schouders naar achteren en armen gestrekt langs je lichaam. Handen plat en iets naar achteren. Nee zó, met je middelvingers op de naad van je broek. Juist ja.’

De student die de instructies geeft, kijkt goedkeurend. ‘Als Staf tegen je praat ga je zo staan. En blijf altijd Staf aankijken als die met je bezig is.’
‘Oké.’
‘Geen oké, ik vraag je niets. Als ik je niets vraag, dan zeg je ook niets.’
‘Oké,’ reageert Pedroes op de automatische piloot.
‘Geen oké! Ga los staan. Naar mij hoef je niet strak te staan, ik ben net als jij student.’
Pedroes slaakt een zucht en ontspant zijn spieren.

‘Doe je sieraden af,’ zegt een staflid dat achter een kleine houten tafel zit.
Meteen springt Pedroes weer in de houding. ‘Waarom?’
Het staflid aan de tafel kijkt hem ongeduldig aan. ‘Luister,’ zegt hij. ‘Doe gewoon je sieraden af. Je mag hier geen sieraden dragen tenzij je daar de status voor hebt.’
‘Maar ik mag toch wel vragen waarom?’
‘Het is een norm, daarom. Je moet het verdienen om sieraden te dragen. Doe ze in dit bakje.’
Hoofdschuddend en in zichzelf mompelend doet Pedroes zijn gouden ketting, zijn oorbellen en drie ringen in het zwarte bakje voor hem op tafel, dat daar zojuist door een tweede staflid is neergezet.

‘HÉ, DOE NORMAAL JOH!’ Het derde staflid dat zich de hele tijd op de achtergrond hield, stapt naar voren en gaat pontificaal voor Pedroes staan, die schrikt van het grote lichaam en het kale hoofd.
‘ER WORD JE GEWOON GEVRAAGD JE SIERADEN AF TE DOEN! MEER NIET! ZAK JE KIN ALS IK TEGEN JE PRAAT, EN GA STRAK STAAN!’
Met wat non-verbale hulp van de student die hem begeleidt, gaat Pedroes strak staan.
‘DIE INTIMIDEERSPELLETJES VAN JE KUN JE BIJ JE HOUDEN!’, schreeuwt het grote staflid dat hem nu tot op minder dan een halve meter genaderd is.
‘DAT LUKTE MISSCHIEN IN JE VORIGE INSTELLING, MAAR HIER NIET! ER IS HIER NIEMAND DIE VAN JOU ONDER DE INDRUK RAAKT! DUS STOP DAARMEE EN DOE WAT MIMOUN TEGEN JE ZEGT! BEGREPEN?’

Pedroes, niet wetend hoe met de situatie om te gaan, twijfelt. Hij voelt zijn hartslag in zijn keel als hij probeert niet van het staflid weg te kijken. Het liefst zou hij in woede uitbarsten, schreeuwen dat ze allemaal op kunnen kankeren. Maar gezien zijn huidige positie, waarin hij voor de drie aanwezige stafleden geen partij is, zou dat niet verstandig zijn.

‘BEGREPEN?!’ buldert het staflid nu nog harder.
‘Ja,’ mompelt Pedroes met gespeelde desinteresse.

Spreek op,’ gebiedt Abdel.

‘JA,’ klinkt het nu krachtiger, maar niet met meer overtuiging.

Abdel kijkt hem tevreden aan. Hij weet het nog als de dag van gisteren dat hij zelf aankwam op Glen Mills. Samen met nog drie andere jongens tegelijk.

Lever je identiteit in

Toen Abdel geplaatst werd op Glen Mills kwamen tegelijk met hem drie andere jongens. Ook zij moesten, met tegenzin, hun sieraden en kleding inleveren.

‘Ik wil dat je nu een aantal dingen duidelijk hebt,’ vervolgt het staflid. ‘Kun je mij in het kort vertellen wat je tijdens het introductiegesprek is uitgelegd?’
‘Joah,’ antwoordt Pedroes nonchalant. ‘Hij daar is mijn Big Brother en…’
‘Hij daar heeft een naam,’ onderbreekt het grote staflid. ‘Ga strak staan als ik met je bezig ben, niet knikken met je hoofd en mij aan blijven kijken.’
Hoewel hij nu al overloopt van frustraties doet Pedroes zijn best om niet weg te kijken, niet te knikken en goed strak te blijven staan.
‘Abdel is mijn Big Brother en hij gaat mij helpen om het programma te leren,’ hervat Pedroes. ‘Als ik verder dingen nodig heb zoals shampoo of zoiets moet ik naar hem toe gaan.’
‘En ook als je over dingen wilt praten, zoals over je gevoelens en de dingen waar je tegen aanloopt,’ vult het kleinere staflid aan.
‘En wie ben ik?’ vraagt de grote.
‘Jij bent…’
‘U,’
‘U bent Berend, mijn…’
‘STAF BEREND.’
‘U bent Staf Berend, mijn trainer-coach.’
‘Heel goed. Als er dingen zijn die je niet met Abdel kan regelen, dan kom je naar mij.’
De grote vinger van het staflid wijst vervolgens naar een andere student die de hele tijd alleen maar heeft staan kijken en met Abdel stond te fluisteren. ‘Wie is hij?’
‘Weet ik niet.’
‘Ik ben Mohammed, ook wel Mo genoemd. Ik ben de Unitpresident van unit Ferrainola. Ik geef je geen hand om je welkom te heten, want op Glen Mills raken we elkaar niet aan. Ik heb de verantwoordelijkheid over alle studenten in de unit. En nu dus ook over jou. Je kunt me nooit zomaar aanspreken. Dat kan alleen via je Big Brother.’
‘En hun zijn staf Giovanni en staf Thomas,’ zegt Pedroes, terwijl hij met zijn hoofd wijst naar de overige mannen achter de tafel.
‘Zij zijn,’ verbetert Giovanni.

Onderweg legt Abdel meer uit over de werkwijze van Glen Mills.
‘Wat jij nu moet leren,’ zegt hij, ‘zijn de negen basisnormen. Op deze normen zijn namelijk alle andere normen van Glen Mills gebaseerd. Dat zijn er een stuk of duizend. Ook moet je het confrontatiemodel leren. Glen Mills is namelijk de enige jeugdinstelling in Nederland waar we elkaar aanspreken op negatief gedrag. Dat noemen we confronteren.’

‘Ik ga je nu de hiërarchie uitleggen,’ zegt Abdel. ‘Dus luister goed. De volgorde van de statussen is als volgt: eye-concern, concern, aspirant, Bull, Representive, Unitpresident, Executive, Campuspresident. Ja?’

Pedroes knikt, hij had er al over gelezen in de papieren die hij kreeg bij zijn veroordeling.

‘Jouw status is concern, wat letterlijk zorg betekent. Je bent altijd onder toezicht van staf, omdat je een bedreiging bent of kan zijn voor de groep. We kennen je niet en hebben geen idee hoe je reageert op bepaalde situaties. We weten ook niet welke studenten je kent van buiten of van andere instellingen. Dus we kunnen je ook nog niet vertrouwen. Daarom moet je alles vragen. Je mag niets uit jezelf doen. Zelfs niet aan je neus krabben, ook daarvoor moet staf toestemming geven.’

‘Na concern word je aspirant. Op dat moment val je niet meer direct onder toezicht van staf, maar houdt een Bull, zoals ik, toezicht op je. Bulls zijn te herkennen aan de jacks en als ze die niet dragen, hebben ze meestal wel iets anders aan waarop het Bulls logo staat. Als aspirant mag je nog steeds vrij weinig en je moet alles regelen via je Bull. Je loopt constant in een buddysysteem. Eén van die studenten in dat systeem is de Bull en die stuurt het buddysysteem aan. Als hij zegt dat je stil moet zijn, dan ben je stil. Als hij je confronteert om niet te lachen, dan accepteer je dat. Doe je dat niet, dan confronteert hij je door tot de steunconfrontatie.’

‘Kan ik  de Bull dan ook confronteren als hij iets negatiefs doet?’

‘Tuurlijk,’ reageert Abdel. ‘Aspiranten kunnen iedereen confronteren, dus ook de Bull. Ook die moet zich namelijk aan de normen houden.’

‘Als je vanaf aspirant naar de status Bull gaat, word je lid van de Bullsclub. De aspiranten-status is eigenlijk een opleiding voor de status Bull. Vanaf daar heb je meteen meer vrijheden en privileges. Als Bull kun je bijvoorbeeld roken, gebruik maken van de recreatie, af en toe dollen met staf, lachen met andere Bulls en je kunt zelfs op verlof. Maar naast die privileges krijg je ook meer ownerships. Je moet bijvoorbeeld toezicht houden op de aspiranten of je helpt om activiteiten te organiseren.’

‘Vanaf de status Bull kun je nog verder omhoog, maar dat haalt niet iedereen. Bull kan iedereen worden, maar als je hoger wilt, moet je echt over meer kwaliteiten beschikken. Je kunt dan de functie ‘Representive’ krijgen. In één unit zijn ongeveer vier Reps. Eén van die Reps heeft de hoogste functie, namelijk die van Unitpresident. Bij ons in Ferrainola is Mo de president. Hij stuurt zijn Reps-team aan en die Reps sturen weer de Bulls aan en de Bulls de aspiranten.’

‘Je kunt ook nog de functie Executive krijgen. Als Exec ben je bijna zelf een staflid. Je mag overal komen en hebt een eigen slaapkamer. Je kunt zelfs gewoon van het terrein weggaan om in het dorp even een tijdschrift, een snack of sigaretten te kopen. Je wordt zelfs betrokken bij het sollicitatieproces van nieuwe stafleden. Tot slot hebben we een Campus President. Die student is verantwoordelijk voor alles wat er op de gehele campus gebeurt en hij regelt zijn dingen direct met de directeur van Glen Mills.’

‘Er is nog één andere status, de laagste status: eye-concern. Er is momenteel één eye-concern in onze Unit. Die jongen verblijft al 14 maanden hier. Hij was Bull en had dus veel vertrouwen, verantwoordelijkheden en privileges, maar toch is hij vanwege een incident weer helemaal teruggevallen. Hij heeft nul-komma-nul vertrouwen meer en moet dat opnieuw verdienen. De eye-concern blijft volledig afgeschermd van de groep. Hij staat de hele dag onder toezicht van twee stafleden in de unit. Hij eet zelfs afgescheiden.’
‘Voor een eye-concern is het redelijk simpel: let op jezelf en toon inzet met de vloer schrobben. Want dat is je dagtaak: het schrobben van de vloer. De inzet waarmee je schrobt, bepaalt zelfs wanneer je naar bed mag.’

‘Ben jij wel eens eye-concern geweest,’ vraagt Pedroes.
‘Nee ik niet,’ zegt Abdel. ‘Maar Mo wel,’ hij was niet te handelen toen hij net hier was. We kwamen samen binnen en op dezelfde dag kwam hij al in level 7. Als dat gebeurt, ben je direct eye-concern. Maakt niet uit hoe hoog je status is.’

Wie de eerste 6 confrontaties niet accepteert wordt door de stafleden in een pedagogische holding gelegd. Dit gebeurt ook als de student geen agressief gedrag laat zien. Mohammed, een van de jongens die tegelijk met Abdel op Glen Mills werd geplaatst, komt door zijn gedrag terecht in een level 7.

De eerste nacht

In het schemerduister tuurt Pedroes vanonder de dekens naar zijn Big Brother die net zijn witte badjas in zijn kast hangt. Hun kamer op de tweede verdieping is sober ingericht met twee zwarte stoelen aan weerszijden van de deur, zes bedden en zes zwarte kasten. Boven elk bed een prikbord, waarvan vier met foto’s en tekeningen. Als Abdels gestommel ophoudt dringen de geluiden van buiten de kamer langzaam tot Pedroes door. Hoe laat het is weet hij niet, maar nog steeds hoort hij studenten praten en over de gang lopen. Kon er maar een deur dicht, dat zou een hoop geluid schelen. Nu heeft hij last van het licht van de gang en de bewegende schaduwen. Hoe moe hij ook is, hij kan de slaap niet vatten. Ook in zijn eigen kamer is nu weer geluid. Sinds Abdel er is, wordt er veel zachtjes gekucht en klakt er iemand zachtjes met zijn tong. Pedroes probeert het te negeren, omdat hij niet in de stemming is om op zo’n kinderachtige manier contact te maken met zijn kamergenoten. Hij draait op zijn rug en tuurt naar het plafond.

‘Jo, gozer’

Pedroes verroert zich niet en spitst zijn oren. Het blijft even stil. Vanuit de gang hoort hij geluid van een toilet dat  wordt doorgetrokken.

‘Hé, gast,’ klinkt het van vlak naast zich.

Pedroes draait zich langzaam op zijn linkerzij. Het bed kraakt zachtjes onder zijn gewicht.

‘Wat?’ mompelt hij geïrriteerd. Het is te donker om zijn kamergenoot naast hem te zien.

‘Waar kom je vandaan?’ antwoordt de stem in het donker.

‘Rotterdam,’ zegt Pedroes.

‘SST, SST! Niet zo hard man!’, klinkt het paniekerig uit het bed van Abdel. ‘Als ze je horen jonge, zit je weer in de shit.’

Pedroes zwijgt.

‘Waarom ben je hier?’ vraagt de stem.

‘Ik ben hier niet lang meer. Die lijn houdt me niet tegen, vannacht ben ik weg.’

Het is even stil in de kamer, alleen het bed van Abdel kraakt. En dan staat hij ineens naast het bed van Pedroes.

‘Jij gaat zeker niet weglopen vannacht. Weet je wat er dan gebeurt? Dan zit de hele unit de hele nacht in de woonkamer op de grond om uit te zoeken waar je heen bent. Dat wil niemand, hoor je. Dus je blijft hier, geen gekloot.’

‘Ik ben vast niet de eerste die wegloopt,’ zegt Pedroes. ‘Dus fuck jou.’

‘Jij blijft hier,’ zegt Abdel. ‘Morgen zorg ik dat je een één-op-één krijgt met Mo. Hij lijkt op jou toen hij binnenkwam. Hij liep weg in zijn eerste nacht en dat was voor niemand leuk. Blijf hier, en houd jezelf en vooral ons uit de shit.’

Mo is het zat en loopt midden in de nacht weg.